Rendement WKO over hele linie verbeterd

16-02-2016

Vijf jaar geleden kon zeventig procent van de warmte-koude-opslagsystemen het gewenste rendement niet halen. Inmiddels is het tegengestelde waar voor de meeste WKO-systemen. Dat zegt Theo Bauerhuit van Nathan Projects, een fusiebedrijf van het voormalige Thermo Actief, ThermoPlus en ThermoDynamic.

Bauerhuit deed zijn uitspraak op de VKS-beurs, die begin februari werd gehouden in de Jaarbeurs te Utrecht. Hij gaf op de beurs een lezing over warmtepompen en bodemenergie. Ensoc bezocht de VSK en volgde enkele lezingen, waaronder die van Bauerhuit.

Krantenkop
Aan het begin van zijn lezing toont Bauerhuit een krantenkop van enkele jaren geleden, getiteld ‘WKO: 70 procent systemen haalt rendement niet’. “Dat was absoluut niet nodig. Met een goede voorbereiding en de nodige checks werken WKO-systemen naar behoren,” zegt Bauerhuit. Hij wijt de slechte prestaties ook aan onervarenheid met WKO. Inmiddels is de situatie zodanig verbeterd dat het tegengestelde is te realiseren: 70 procent van de WKO-systemen haalt het rendement nu wel, zo vertelt Bauerhuit. Volgens hem is de verbetering vooral te danken aan het borgen van de kwaliteit van de installaties via certificeringen volgens de BRL-richtlijnen. Ook zijn WKO-installateurs verplicht opwarming van de bodem te voorkomen door te voldoen aan de eis om goed te ontwerpen. Dat zorgt ervoor dat de bodem niet uitgeput kan raken.

Bewezen technieken
Volgens Bauerhuit lagen de tegenvallende prestaties niet aan de techniek zelf. “Warmtepompen en bodemenergie zijn allang geen nieuwe technieken meer. Bodemenergie is al decennia een bewezen concept. In de jaren zestig werden de eerste open en gesloten bronsystemen geplaatst. Daarna is het doorontwikkeld tot de huidige bedrijfszekere installaties. Hetzelfde geldt ook voor warmtepompen: de warmtepomp is rond 1860 uitgevonden en is in de jaren zeventig ingezet als energiebesparende techniek. Ook deze techniek is afgelopen decennia doorontwikkeld tot de huidige bedrijfszekere installaties.” Wel is de sector bezig om de kwaliteit van de installaties te borgen, door te voorkomen dat beunhazen WKO-systemen kunnen installeren die bij nader inzien niet goed blijken te werken. “Afstemming van bron, warmtepomp en afgiftesysteem leidt tot de verwachte prestaties. Dit is te realiseren door het ontwerp en de verantwoordelijkheid bij één partij te leggen,” meldt Bauerhuit.

Open en gesloten systemen
Bij WKO bestaan er open en gesloten bronsystemen. Open bronsystemen, waarbij de warmtebron wordt gevormd door water uit de bodem te pompen en terug in de bodem te brengen, zijn vooral interessant voor utiliteitsgebouwen zoals kantoorpanden. Gesloten bronsystemen zijn te vergelijken met een tuinslang, waardoor het water stroomt en warmte uitwisselt met de omgeving. Het rendement van beide soorten systemen is voor verwarmen hoog maar bij koelen nog hoger. De gesloten systemen zijn voor woningen en verpleeghuizen perfect; voor utiliteit zijn gesloten bronsystemen minder geschikt. Voor beide systemen zijn minimumeisen geformuleerd, die Bauerhuit opsomt.

Warmtepompen
Bauerhuit noemt aandachtspunten voor warmtepompen. “Kies een gerenommeerde fabrikant, let op het rendement, het geluidsniveau en de optie om de pomp te laten moduleren, afhankelijk van het gebruik. De warmtepomp moet, bij woningbouw, het tapwater tot 65 graden kunnen verwarmen, zonder gebruik te maken van elektrische naverwarming.” Volgens Bauerhuit is het rendement van een warmtepomp altijd hoger door het gebruik van warmte uit de bodem. Hij raadt aan om bij installatie van een warmtepomp voor woningbouw de gelijkwaardigheidsverklaring van de warmtepompen te vergelijken . “Met een traditionele warmtepomp is een EPC van 0,4 mogelijk, maar met de nieuwste warmtepomp is een EPC van 0,34 haalbaar,” aldus Bauerhuit.

Subsidies
Het kabinet is gunstig gestemd over WKO, vertelt Bauerhuit. “Zowel in het Lente-akkoord als in het energieakkoord worden warmtepompen en bodemenergie gezien als een duurzame combinatie. Dat komt ook door het grote verschil tussen de gasprijs, die rond 2030 zal verdubbelen, en de elektriciteitsprijs, die slechts lichtjes zal stijgen. Doordat de gasprijs hoog blijft en de stroomprijs relatief laag, blijven warmtepompen een gunstige investering. Daarom krijgen warmtepompen via de ISDE ook hoge subsidiebedragen, variërend van 1800 tot 3000 euro. De Energie-investeringsaftrek (EIA) geeft zelfs een voordeel van ca. 14 procent netto.” Volgens Bauerhuit zorgen deze regelingen voor een verlaging van de terugverdientijd met enkele jaren.

Bron: Ensoc




<< terug